Saturday, March 5, 2011

The Sydney Odissey

Op 3 februari 2011 ging een 5000km lange ontdekkingsreis van start doorheen een continent van barre wildernis en ruwe omstandigheden, die het overlevingsinstinct van 7 stoere jongemannen, gekomen van over de 7 zeeen, bikkelhard op de proef zou stellen. Bloeddorstige, ronduppende wezens met lange staarten lagen steeds op de loer. Het internationale gezelschap ging onverschrokken de uitdaging aan, kin hoog en borst vooruit. Het zou de langste, barste en meest uitdagende expeditie worden in de geschiedenis van de mensheid...(of toch van deze 7 jonge mensenleventjes) 
Hier volgt het relaas van hun heldhaftige onderneming.

Toegegeven, het begon niet al te heldhaftig: De heenweg van de expeditie was over na een dikke 4uur op ons gat zitten met Virgin Airways. (De heldhaftige toon zullen we dan ook maar even achterwegen laten) Swat, de Harbour Bridge en CBD van Sydney verscheen door de wolken, en we konden moelijk op onze stoel blijven zitten. Aankomen in het hotel kan al meer een avontuur genoemd worden... Hotel is trouwens een overstatement. We hadden zowat het cheapste hol van de stad gebooked, tussen een adult shop en een liquor store, op de rand van Chinatown. Wat ons meer uitmaakte was het feit dat er bij 36 graden geen airco aanwezig was en de vochtige warmte heel de nacht tussen de muren bleef steken. Dat gaf ons meteen een geldige reden om die nacht niet te slapen! Opgewonden als springkonijnen trokken we de eerste avond dus de stad in.

Misschien eerst een woordje uitleg bij die "wij". Het betrof exchange students Victor (Brasil), Henrik (Sweden),  Miro aka Finny (Finland), Robin aka Batman (Deutschland), Oli (Belgique), Geoff (Belgie) en niet te vergeten onze oppasser aka held van de trip aka Loyd (...Australia). Het verhaal van deze ouwe rakker -- "old fart" naar eigen zeggen -- is dat hij patron is van een busmaatschappij in WA en via Rotary in contact staat met de exchange students. Om de zoveel tijd voegt hij een nieuwe bus toe aan zijn vloot die hij op de oostkust koopt wegens lagere prijzen. Elke keer neemt hij dan een aantal exchange kerels mee -- barre expedities zijn niks voor meisjes ;) -- voor 4 dagen Sydney, trein naar Macksville waar hij de bus oppikt, en dan busrit terug naar Perth. Ik had dit hogerop al kunnen vermelden, maar de heroische intro klonk beter.


In elk geval werd het donker over New South Wales, tijd voor al dat volk om de stad in te trekken! Na een flinke wandeltocht besloten we een stuk gras onder de wereldberoemde Harbour Bridge te herdopen tot onze chillspot. Het duurde even voor het tot ons doordrong dat we echt in Sydney waren, chilling met zich op de stad en de Opera House. Ik begon spontaan "Under The Bridge" - RHCP te fluiten :) De nacht was ondertussen al goed gevorderd dus zijn we ineens nog wat blijven rondhangen voor een van de beste shows van ons leven, zonsopgang over de Sydney Opera House. Op dag 2 -- lees: het vervolg van dag 1 -- ging het verkennen verder onder de blakende zon: aquarium, harbour cruise en bondi beach kregen onze dag goed gevuld. Dit strand had trouwens niks speciaals voor wie van WA komt, buiten de hoge concentraties mooi gevormde vrouwenlichamen. Daarna hadden we afspraak met een paar exchange student collega's van de oostkust om on verder wegwijs te maken. Dat viel allemaal goed mee en uiteindelijk gingen we, jawel, slapen. Dag 3 hield veel klimmen in: naar de top van de Habrour Bridge en tot op de 300m hoge Sydney Tower (daar was gelukkig wel een lift). 's Avonds zijn we binnengevallen bij een sympathieke Fin die we de vorige dag hadden ontmoet om waterpolo te spelen in zijn zwembad. Daarna richting DE chillspot voor nachtje door nummer 2. Een snood plan had namelijk die avond in mijn brein gebroed toen ik een trein uurrooster bekeek. We wilden al lang naar de Blue Mountains gaan, een gigantisch natuurpark op 2 uur van Sydney waarvan ik na opzoeking wist dat het spectaculair was, maar tijdsnood ging dat plan de nek omwringen als we niet hadden ingegrepen. Ik zag dat de eerste trein om 3uur 's morgends reed en een kwaadaardige grijns verscheen op mijn gezicht, zoals gewoonlijk wanneer ik een duivels plan uitbroed >:) Eerlijk gezegd, het had even goed een flop kunnen worden maar na wat overtuigwerk zijn we dus met z'n allen om 3AM de trein opgesjaggerd. En jawel, zelfs de sceptici onder ons hadden geen second spijt van om 5.30 een zonsopgang te aanschouwen, zo mogelijk nog spectaculairder dan die van dag 1,5!! Op dat uur was er geen enkele toerist wakker, het was enkel ons, zicht op het beboste ravijn, de stilte, de internationale vrede en liefde :) Dan zijn we de cliff afgedaald tot onderaan de fantastische Wentworth Falls. Landschappen die je in de verste verte bij ons niet te zien krijgt...


Bros on top of the Wentworth Falls


sunrise at the 3 sisters, icon of NSW




De Sydney-adrenaline had mij de laatste 3 dagen op de been gehouden maar op de trein terug zakte ik dan toch ineen. Maarrr het was de laatste dag in Sydney en ik moest nog steeds Chinatown van haar vuurwerk en souvenirs leegplunderen, dus ik vermande mezelf en trok erop uit. Een paar uur en 70$ verder plofte ik gelukzalig neer op mijn bed in het ho(te)l. (hoewel ietwat misnoegd: wie had er gedacht dat er in Chinatown midden in Chinees nieuwjaar geen enkel staafke vuurwerk te vinden was??? Het is weer eens bevestigd dat in Oz veiligheid issue #1 is en ze daarvoor duzend strenge wetten in plaats hebben.) Verder hadden we een vrij rustige avond zonder al teveel verhalen in het hotel... enkele uurtjes rust tot we er om 5AM weer uit moesten om definitief Sydney vaarwel te wuiven.

8 uur trein en slaapachterstand-inhaling leidde ons naar een nieuw hoogtepunt in onze reis, Macksville.
Daar stond ons voor het station een glimmend nieuwe, knaloranje schoolbus te wachten die ons thuis zou zijn voor de komende week. Let's hit the road, Jack! First stop: shopping. Weer dolopgewonden voor het nieuwe avontuur "dartelden we door de supermarkt met bloemen in ons haar". Kussens, campinggaz, kookshit, soccer ball, muug schranz en 2 bakken 100% rotary approved & supervised beer. Eenmaal deze levensmiddelen ingeslagen gingen we op naar een week kapmeren in de bush met een bus vol stinkende droezen. Let's go... Into The Wild.
Na veel zagen hebben we ook een omweg van Lloydie kunnen bekomen, want een snelle blik op de kaart gaf ons reden genoeg om dat ommetje te maken langs het Noorden. First dinner was op een verlaten strand ergens in noord NSW, en daar ging onze eerste toast op wat we net hadden herdoopt tot de Magic Bus. De volgende morgend bracht die Magic Bus ons naar haar eerste verrassing: Nimbin. Klein dorp met grote naam, Nimbin is de hippie capital van het zuidelijk halfrond. Flower power busjes in de straat, harige jaren-70 geklede venten en winkels als "Happy High Herbs", "Bringabong Store" of "Rainbow Cafe" maakten het plaatje kompleet.
Terwijl mijn hart sneller begon te slaan volgden we een kronkelweggetje door de subtropisch beboste heuvels richting die fantasitsche plek waar ik zo veel over gezien en opgezocht heb, en waar ik zo graag heen wilde na ze te hebben gezien in de documentaire van een van mijn favoriete groepen... Byron Bay. Wat we zagen oversteeg mijn verwachtingen: de aangename mid-sized town, de prachtige surfstranden en nationale parken had ik al gezien, maar de relaxe Aussie permanent holiday-sfeer maakte dat ik er echt niet weg wou... en toch moesten we na een paar uur al door want Lloydie wou zijn bus terug zien te krijgen. Hoewel heel rustig is Byron Bay toch dichtbij Surfers Paradise, DE Aussie feeststad bij uitstek (en bij Nimbin, HET Aussie hippiedorp >> meer reden nodig om er te wonen??) die voor de gelegenheid onze eerste stop werd in de staat Queensland. Ze hebben daar al wat je je maar kunt inbeelden om plezier te maken, van tientallen km surf tot pretparken, clubs, casinos en prachtige natuur. Een jonge kerel die reclame maakte voor een "club hop tour" vertelde dat hij zelfs vanuit Melbourne was verhuisd voor het nachtleven. Met pijn in ons hart zeiden we hem dat we meteen weg moesten, hoewel we eerst nog overwogen Lloyd te gijzelen onderin de bus. We deden er tenslotte goed aan hem heel te laten, want die avond bracht hij ons naar een nationaal park op de top van een stijlere heuvel waar we een spectaculaire zonsdondergang kregen en een nog spectaculairdere sterrenhemel in onze slaapzak tussen de vleermuizen, reuzenpdadden en bloedzuigers.

Van daaruit ging de route min of meer recht westwaarts. Na onze kronkel in Queensland waren we snel terug in NSW. De afstanden werden steeds langer, de vegetatie steeds droger hoewel tijdelijk abnormaal groen door de overstromingen. Om ons bezig te houden in de bus vonden we een nieuwe hobby: pranking! Finny werd uitgeroepen tot king prankster en het duurde niet lang vooraleer geen enkele slaper nog veilig was voor stift, tandpasta, scheerschuim of waterballonnen. Er moest ook veel beenhaar aan geloven.
De high tech bus had ook een stevige audio & video intallatie die er een uitstekende partybus van had kunnen maken, zij het niet dat er al gauw alleen struiken en kangoeroes waren om mee te feesten. Af en toe hadden we onze eigen geimproviseerde party on the move, want de schoolbus was ruim en comfy voor 8 man. We zagen eerst Into The Wild, een gevaarlijk inspirerende film, en later o.a. Brokeback Mountain. Wie deze heeft gezien weet dat het geen goed idee is die te bekijken met 8 venten die voor een week samen in een bus leven.

Tekenen van mensheid verdwenen een voor een en we begonnen de immense leegheid van het continent te beseffen. Op dag 5 staken we over naar South Australia en zagen opnieuw wat je een stad zou kunnen noemen, Port Augusta. Maar daarna was het definitief gedaan voor 1500km! Heel het stuk van daar tot halfweg in WA heet de Nullarbor plain (latinistjes, null-arbor = geen bomen) en dat is ook ongeveer alles wat erover te zeggen valt: een gigantische vlakte met alleen kleine struikjes en om de paar honderd km een tankstation. Ze hebben er trouwens het langste stuk rechte weg van de wereld. Nochtans is het daar dat ik een van de meest troosteloze en merkwaardige zichten van mijn leven kreeg (ja, veel mooie zichten die reis): de eindeloze vlakke zee van struikjes stort zonder waarschuwing zo'n 100m recht de Antarctische Oceaan in.  Nothingness suddently breaking off into.. even more nothingness. Incredible.
Als onze oude Galileo er niet geweest was zou ik beslist gezegd hebben dat die plek het eind van de wereld is. Een eind verder, net voorbij de grens met WA, vonden we een zeldzaam teken van beschaving: de ruine van een telegraph station. Op het meest verlaten strand dat je je kunt inbeelden rees uit het niets een vervallen houten ponton op. Alleen zeemeeuwen, klotsende golven en je gedachten zijn er als gezelschap. Een ontroerend zicht waar ik spontaan poetisch van werd. Verder was het laatste merkwaardig natuurlijk verschijnsel dat we zagen was Wave Rock, een gigantische rots die door het weer is uitgesleten tot een perfecte surfgolf.


Warning: Naked Balgians next 79km

Er volgden nog 2 dagen min of meer dunbevolkte weg met hier en daar scenic stops en veel geprank in de bus toen we met tegenzin het einde zagen naderen. We hadden de smaak van de wildernis te pakken en de maatschappij werd niet al te veel gemist door de jongens die ondertussen goeie maatjes waren. Het was een trip of a lifetime en het einde ervan maakte ons bijna snotteren. Maar niks aan te doen, na een laatste dag eindeloze weg klommen we over de heuvels.





Daar lag voor ons opnieuw de Indische Oceaan... en de skyline van Perth.
Loneliness Shared: the abandonned Nullarbor jetty


No comments:

Post a Comment